Blue Mondays

Delftsbleh

Soms gaat er wel eens iets mis.

Maar het gaat erom in het leven hoe je daarmee omgaat, nietwaar?
Tuurlijk.

En dat heb ik, 40 inmiddels, aardig onder de knie.
Dochtertje die van de fiets valt.? Los ik op.
Yoghurt over de hele keukenvloer? No problemo.
Hondenkots over het nieuwe kleed? Fixen we.
Griepepidemie in huis? Dealen ermee, zullen we!

Geduldig, kalm, onder controle. Mán, wat zijn we volwassen.
Delfstblauw-tegel-waardig noemen we dat hier in huis.
‘Het gaat om de reis, niet om de bestemming.’
Of ‘Geduld is een Schone Zaak’.
Práchtig.

In mijn bijzonder rustige state of mind vertrok ik naar het werk.
Spreuk-tegeltje reed in gedachten met me mee.
Het ging een fijne dag worden.
Die middag keek mijn lieve mentorklas me weer vriendelijk aan en
natuurlijk straalde ik mijn levenservaring naar ze terug.
Kat in’t bakkie.

Het was ronduit gezellig tijdens deze Sinterklaasviering.
Ik kon het niet laten om tussendoor met de vuilniszak rond te gaan, want
het moest wel een beetje netjes blijven, hè, dat lokaal.
De nieuwe vloerbedekking keek me dankbaar aan.
Ik knipoogde goedgehumeurd terug.

Mijn zegeningen tellend, ging ik rond met die vuilniszak.
Nogmaals.. en nogmaals.
Iets met het goede voorbeeld geven, want dat doet immers o-zo Delftsblauw mooi volgen.

De laatste drie cadeautjes moesten uitgepakt en terwijl ik mijn aandacht verdeelde over de drie gelukkigen, diende het moment om mijn flexibiliteit tot het uiterste te testen zich aan.

Natuurlijk had ik deze gebeurtenis moeten verwelkomen.
Natuurlijk was dit geen probleem.. Nee joh, dit was een heuse Delftsblauwe kans.

Heer-lijk.

‘Mevrouw, dat gaat niet goed!’
En dan zie ik het.
Een ergernis is uitgedraaid op Mayogate.
Twee jongens vechtend om een tube mayonaise.
De tube was inmiddels leeg, het lokaal niet

Ontplofte mayonaise. Overal*

Ik had niet eens de tijd om ‘geduld is een schone zaak’ tegen mezelf te zeggen, laat staan dat ik tellend tot tien kwam.

Nee, nee.

Ik ben op zijn Ouderwetsch-Delftsdonkerblauw uitgeschoten.
Mijn geduld was niet schoon, maar mayo-vlek vies.
Delftsblauw werd Delftsbleh.

Voorlopig komt er geen tegelspreuk meer in hier.
Onzin.

*Als twee honden vechten om een been zwiept de mayonaise om mij heen??

 

Wapperteef

Net wakker, bijna weer maandag.
In de spiegel keek mijn reflectie terug.
Gezicht bleek, mijn haar had een off-day.

Tuurlijk.
Niet uit het veld geslagen hanteerde ik elastieken, borstels, speldjes en zelfs de krultang.
Dit moest en zou een goede haardag worden.
Kom óp, zeg!
Dit had ik onder controle.
De krultang hing ik na een half uur werk voldaan weer op.
Krullen? Check.

Beneden aan de trap stond Hond.
Blij hijgend keek ze me aan. Haar haar keurig in het Schotse collie-kapsel.
Moeiteloos.

Uit dan maar.

Buiten was het waaien geblazen.
De buurman had nog net niet zijn golden retriever als vlieger opgelaten toen ik met ons harige model langs kwam lopen.
‘Het waait stevig, hè!’
Yep. Het waaide stevig.
Ik trok de riem nog eens aan om te voorkomen dat onze geliefde haarbol wegblies.

Mijn haar zat in een knot. Veilig voor het waaiende geweld,
de pijpekrullen beschermend.
Met weer als dit, neem je natuurlijk geen risico.
Dit ging lukken!
Hond, daarentegen, herkende ik nauwelijks met al dat wapperende haar.
Werkelijk, het wachten was tot ze opsteeg.
Mach 1. Minimaal.
Sneu vond ik het wel. Die zag er immers niet uit straks.
Gossie.
Niks zo sneu als natte hond.

Eenmaal thuis keek ik in de spiegel.
Weg kapsel. Nat, uitgezakt en ronduit blèh.
Hond schudde zich maar liefst drie seconden uit en keek me blij aan.
Wat een e-ner-ve-ren-de wandeling was dat, knipoogde ze me blij toe.
En toen zag ik het.
Háár kapsel was perfect. Per-fect.

De Teef.

Wat Nou Druk!

De Eettafel staat er wat sneu bij.
Had-ie niet bedolven onder serviesgoed en allerlei lekkers moeten staan?
Het is PASEN, ja!
Dat schept verplichtingen.
Maar we moeten vooral geen DRUK voelen, hè?
Doe maar rústig aan.

We hebben Eettafel zijn glorieuze moment ontnomen.
Sinds de kerst is er natuurlijk ook weinig bijzonders gebeurd.
Een verjaardag hier, een diner daar…, maar dat was het dan ook.
Onverstaanbaar moppert hij onder zijn tafelzeil.

Man leunt op zijn elleboog en staart wat in zijn koffie.
Ik zit in mijn ochtendjas, mijn voeten in van die lekkere, dikke vrijetijdssokken.
Douchen doe ik straks nog wel even.
Langzaam vormt zich een to do-lijst in mijn hoofd. Oh-oh. Er moet nogal wat gebeuren.
No pressure. Straks nog tijd genoeg. Toch?

We komen bij van De Nacht.
De Nacht der Nachten, welteverstaan.
Hij was er weer, mensen. Het uur is ons weer ontnomen.
De jetlag komt weer hard aan.

Mijn to do-lijst neemt inmiddels steeds concretere vormen aan.

Man roert in zijn koffie, de kinderen maken inmiddels ruzie en ik check het medicijnkastje op paracetamol.
Vanaf de grond hoor ik een diepe zucht. Hond ligt van snuit tot staart plat op de grond. De ogen gaan dicht.
Geef haar portie maar aan Fikkie.

Straks een huis vol visite vanwege de Pasen.
Maar nee, joh. Geen druk.
Ook op deze ochtend kunnen we dit.
Ik zet de lijst om in actie. One, two, three, go!
Daar gaan we.

Een half uur voor de visite komt, kan Man het gourmetstel niet vinden op zolder, lopen de kinderen nog in pyjama rond en
ren ik er met hun beoogde outfit achteraan, natuurlijk struikelend over onze hond die altijd in de weg ligt.
Het is een gave.
Twintig minuten voor de visite komt, is het huis zo goed als aan kant, rent Man me nog voorbij met de stofzuiger (uitstekende rondetijd)
en haal ik mijn Wedgwood uit de kast (Hier stopt Eettafel abrupt met mokken).
Tien minuten voor de visite komt, realiseer ik me dat ik nog in pyjama loop.
Ik ren naar boven, zet de douche aan en…. Niks.
OK, vooruit dan, een paar druppels…
Man roept dat hij op het plaatselijk nieuws inderdaad zoiets heeft gelezen.

‘Maak je niet druk, joh!’ grapt de kraan.
Of ik hem snapte, wil-ie weten.
wa-ter-druk.’
Aha.

Ik zou hem toch wurgen met zijn eigen doucheslang.
 

Soepel

Vol ongeloof kijk ik naar de pose waarin onze yoga-docent zich gevouwen heeft. Been achterlangs hier, andere been eerst nog over dat been heen en dan moet je ene arm naar achteren terwijl het andere omhoog steekt. Oja, vergeet niet naar je ribben toe te ademen.
OK, ik kan dit.

De werkweek is achter de rug. De stress mag mijn lichaam verlaten. En een beetje rap graag.
Nu zou heel goed uitkomen.

Het was een hele flinke, maar best wel soepele week, hou ik mezelf voor.
Ik heb vergaderd, nagekeken, van hot-naar-her gerend, leerlingen aangespoord. Soms succesvol. Heus.
Onze kinderen thuis zijn naar school en sport gebracht. Ik heb buitenspelen gemotiveerd (‘Laat lós, die Xbox!’) en zelfs pannenkoeken gebakken. Flexibiliteit stond voorop in ons gezin deze week. Het leven moet geleefd worden, mensen. We gaan wat dóen!

Man en ik doen vrijdagavond, heel soepel natuurlijk, een high five.
Zie ons even een potje flexibel zijn. We hebben het maar weer mooi gefixt. Goed man.

Het weekend brengen we natuurlijk ook in dezelfde flow door.
‘Als ik nu dat cadeautje koop en de boodschappen doe, vouw jij de was en breng jij de kinderen naar mijn ouders. Dan zijn we zo laat daar-en-daar en dan haal ik ze weer op. We eten onderweg de zelfgemaakte, gezonde lunch die we voorbereid hebben en dan kun jij ook nog naar tennis.
Had jij de tandarts nog verzet?’
Ja, ja. Flexibel. Geen uitbarstingen, niks. Er heeft hooguit iemand een keer tot tien moeten tellen en dat telt dan weer niet mee, hè!

Maandagochtend.
Bekaf sleep ik mijn rolkoffer achter me aan door die lange gang langs de lokalen. Één wieltje zit al sinds vorige week vast en sleurt een beetje zielig mee. De thermo-mok met inmiddels afgebroken handvat knijp ik nog net niet stuk in de andere hand. De spierpijn van de yoga trekt inmiddels van mijn rug mijn nek in. Bijna struikel ik bij de klapdeuren als ik mijn rolkoffer er mopperend door probeer te hannesen.
Als ik opkijk, zie ik dat half Havo 4 me stralend aankijkt.

‘Soepel hoor, mevrouw!’

 

 

 

 

Ben je nou helemaal bezaagd?

Het hele schooljaar was het goed gegaan met de kinderen.
Braaf de hele mikmak in de antiluizentas. Blauw met gele rits.
Keurig de hoofden zo nu en dan met een onderzoekende blik bekeken.
Nee, niks aan de hand.
Dit gaat goed. We blijven kalm.
Maar toch sloop het erin. Eindejaarsstress.
Op het werk wordt er verbouwd. Mannen zijn in de weer met boormachines, electriciteitskabels, zagen, hamers en 
ander verbouwingsspul.
Het hele jaar was het goed gegaan met deze meneren.
Wij ontweken de kabels kunstig en de mannen werkten om ons heen.
Tot vandaag.
Een werkmeneer had er genoeg van.
Toen ik vandaag langsliep werd hij boos. Heul boos.
Wild-met-de-zaag-naar-me-zwaaiend boos.
Wóest omdat iemand boos op hém was geweest, wees hij mij op de gevaren van het lopen-daar-waar-het-niet-mocht.
 
De zaag werd nogmaals vervaarlijk mijn kant op gezwaaid en prikte nog net niet in mijn borst.
Ik zag nu wel in waarom het daar gevaarlijk was.
Vanachter zijn rug stond zijn collega vriendelijk mijn kant op te grinniken.
 Hij had het gevaar ook al in de smiezen, zo te zien.

Ik ben bezaagd, meldde ik in de personeelskamer.
 Nou ja!!

Eenmaal thuis ging de telefoon.
Toch niet zo immuum, helaas. 
Er was een neetje gevonden.
 In het zeer lange haar van Dochtertje. Waar anders.
Het hele godganze jaar die flut luizerij ontweken en nu, op de valdrempel, alsnog aan de beurt.
Bedankt.

De rest van de middag stond ik het gezin te ontneten.
Mezelf voor de zekerheid incluis.

De wasmachine maakte overuren, de luizenkam liet zijn tanden zien.

De stofzuiger stond na te hijgen in de hoek.

De enorme stapel nakijkwerk keek afwachtend mijn kant op.
Of ik niet eens aan de slag moest.
Werkelijk waar! Alsof ik het niet druk genoeg had!!
Het lag daar toch relaxed op de keukentafel? Kon het niet even wachten??

Je hebt wél een deadline, zei het kordaat.

Mijn ogen vielen op Mans gereedschapskist. De zaag blonk even in het zonlicht.
Je bent geen haar beter, siste Nakijkwerk me toe.
Túúrlijk wel, loog ik door mijn zaagtanden.

Tuurlijk.

Maandag Nr 32

24 maart 2014

Zaterdagavond stapte ik in bed met de wetenschap dat dit weekend alles zou veranderen. We konden weer uitkijken naar een half jaartje met een iets normaler ochtendgevoel, zal ik maar zeggen. Hoewel dat ene uurtje – als het kwartje van Kok – eerst ruw afgenomen is, ben je daarna toch zo blij als een kind dat je het weer terugkrijgt. Een sigaar uit eigen doos is óók een sigaar immers, laten we eerlijk zijn.

Terug naar zaterdagavond.

Heerlijk warm gedoucht stapte ik in bed. Klaar om fris en fruitig de komende zondag als voorbereiding op een zeer vruchtbare en nuttige maandag in te gaan. Het dekbed vouwde zich gezellig om me heen, de veertjes in mijn kussen waren precies juist verdeeld onder mijn hoofd en mijn matras – ik zweer het – gaf me een lekkere knuffel. Héérlijk. Zo hoorde het te zijn. Zo was het bedoeld.

‘Fijn, hè? Dat die klok vannacht weer achteruit gaat. Daar waar-ie hoort te zijn,’ keuvelde ik gezellig tegen Man die verdacht vermoeid in bed stapte. ‘Dat slaapt-ie er vannacht echt nog wel af,’ hoorde ik mezelf genereus denken. Ik gun een ander ook zijn heerlijk-een-uurtje-extra nacht.

‘Wat?’ zei Man over zijn schouder. ‘Nee, da’s pas volgend weekend. En dan gaatie niet terug, maar vooruit.

De wereld stond even stil. Droom in Duigen.

Mijn extra uur slapen verdween als sneeuw voor de zon. Mijn dekbed was maar weer gewoon mijn dekbed, mijn kussen trok zich krampachtig samen in een fijne klont en mijn matras, ach, dat deed ook geen moeite meer. De liefde was over.

Maandagochtend nummer 32?
Die begon dus vroeger dan geanticipeerd. En niet een beetje. Nee, een uur.
En als extra bonus zou-ie het komende half jaar steeds een uur vroeger beginnen.
Een half jaar lang. En bedankt!

Gewoon ruw verzet, bah. De verkeerde kant op! Dit voelt als een lang gevreesd examen dat verplaatst is. Naar voren. Of als een wortelkanaalbehandeling die gewoon even vervroegd wordt* omdat er ruimte is gekomen op de agenda. Zomaar.
Dát gevoel.

Stevig balend kan ik op naar nummer 33.
Ik zie de bui al hangen.

* wortelkanaalbechandeling (Voor MK 😉

Maandag Nr 14

18 november 2013

Maandag nummer 14

Een verjaardag, eerste schoolweek voor Dochtertje, Sint in het land.

Het was een bewogen week. Zeker voor de kinderen! En dan heb ik het nog niet eens over het feit dat we de eerste schoentje-zet-sessie alweer achter de rug hebben. Wát een week! Nou ja, vooral voor de kinderen natuurlijk!

Donker ’s ochtends, donker ’s avonds. Bovendien vliegen de verlanglijstjes ons weer om de oren. En dan is er ook nog die enorme berg snoep die er nog ligt van Sint Maarten, ondanks druk gekauw van ons allen. Het was écht een bewogen week. Voor de kinderen dan hè! De kinderen!

‘Het is weer stuiteren geblazen’, grappen we vanachter het hek als we bij het schoolplein ons kroost staan op te wachten. Druk, druk, druk hebben ze het weer! Ze zijn nódig aan vakantie toe, die kinderen. No-dig.

Onze maandagochtend verliep dan ook als verwacht.
Nou ja… voor de helft dan.

Man sleurde zichzelf al snotterend de trap af, keek zijn ontbijt wantrouwend aan en verlangde naar aanstaande vrijdag. Ik vroeg me af of het gedreun in mijn hoofd wat zachter en de thee in mijn glas wat sterker kon. Geen smaak en teveel kraak. De hond kwispelde plichtsgetrouw onze kant op, maar plofte ook snel weer op haar kleedje neer.

Onze kinderen daarentegen kwamen beide opgewekt aangewandeld en schoven gezellig aan. Wel ja! Na het eten converseerden ze samen nog gezellig wat af en waren non-stop vrolijk.
Wij begonnen ons zorgen te maken.

Man vroeg zich af wat er in zijn koffie zat en ik controleerde voor de zekerheid nog even waar de verborgen camera kon hangen.

Laat die vakantie maar komen…

Voor de kinderen dan hè!

Maandag Nr 13

11 november 2013

Om zeven uur stond mijn oranje keukenmachine al blij te mixen.
Ik, hoewel nog gekleed in pyjama, stond er eveneens blij naast.
Blue is anders.
Om kwart over zeven kwam Zoontje vrolijk uit bed. Hij had er zin in vandaag.
Gekleed in zijn nieuwe paarse trui (ja, al aangekleed!) maakte hij wat mij betreft de blits.
Blue is anders.
Man kwam ook al rap fluitend de trap af. Zwarte camera onder de arm.
Hij was er he-le-maal klaar voor.

Blue is toch écht anders.

Dochtertje, die ons allen met zeer luid gezang had verblijd zo rond vijf uur ’s ochtends, kwam iets minder makkelijk uit bed.
We moesten er de woorden ‘cadeautjes’, ‘jarig’, en ‘hoera’ tegenaan gooien voordat zij enthousiast haar armen omhoog deed om zich uit haar roze pyjama te laten halen.
OK, OK, maar toch… Blue is anders.

Toch?

Er is hier een verjaardag gevierd, mensen! Onze kleinste werd vandaag vier jaar. We hebben de kamer versierd, taart gegeten, cadeautjes gegeven, hapjes genuttigd, genoten van de visite, verjaardagsliedjes gezongen en heerlijk met de jarige geknuffeld. En dit was nog niet alles, nee, we hebben daarbij ook nog eens flink wat afgeSintMaartend.

Beetje koud was het wel buiten, maar blue? Nou, nee.

Nu, lichtelijk afgeragd door deze intensieve dag, zit ik lekker in bed.
Warm dekbed over, Laptop ligt gezellig op schoot, zijn batterij nog niet eens half op.
Gezellig, genoeglijk, zeker!
Maar toch.

Ik neem de maandag door, maar nee, vandaag is het niet deze dag op zich die het ‘m doet. Het is wat deze dag betekent. Vanaf morgen gaat Dochtertje naar school. Elke dag.

Het meisje waarzonder ik de afgelopen vier jaar geen supermarkt, bakker of doe-het-zelf zaak van binnen gezien heb, gaat nu heel wat uurtjes op school spenderen.

Tjonge.

Daar is het dan.
Een hele flinke klodder Blue.
Hatsekee!

Midden in mijn hart.

Maandag Nr 12

4 november 2013

Just another Smanic Monday.

Zoontje is al zo’n twee jaar helemaal weg van het figuurtje Sonic the hedgehog. Deze egel met flinke stekels op de rug is een zeer snel rennend computerspel typetje. Die snelheid en ook de dapperheid waarmee Sonic zijn digitale vijanden in de pan hakt, mogelijk in combinatie met zijn opvallende blauwe kleur, spreken Zoontje ontzettend aan. En het is niet zomaar een bevlieging.. Nee nee, we hebben het al over bijna twee jaar! Dus bijna 25% van zijn leven! Ter illustratie: Man en ik zijn nu afgerond 24,4% van Mans leven samen.

Ik bedoel maar.

Voor Zoontjes zevende verjaardag ben ik bij ongeveer alle speelgoedwinkels in een straal van 40km rond ons huis langsgegaan om iets – wat dan ook! – van Sonic te vinden.

Ik begon voortvarend: ‘Heeft u misschien ook speelgoed van Sonic? Een actiefiguurtje of een knuffel misschien?’

Nee dus.

Nadat zo’n 17 speelgoedverkopers me ontkennend of soms ronduit glazig hadden aangekeken, gaf ik het op. Er was niets te vinden.
Geen poppetje, boekje, sleutelhanger… niets.
Ik was onderhand met een Sonic sticker al blij geweest, maar helaas… (‘U heeft zelfs geen sticker??’)

Zoontjes zevende verjaardag ging Sonic-loos voorbij.

afgelopen zondag gingen we met de kinderen even naar de kermis. Nadat Zoontje en ik in zo’n enorme octopus rondgeslingerd waren (heerlijk!), kwamen we voorbij zo’n kar met van die plexiglazen bakken met daarin van die slappe haken die dan eigenlijk net te zware knuffels moeten optakelen. Of juist niet.

En wat zagen we daar?

Bakken-, echt bákkenvol, met Sonic knuffels.
Zoontje was in de Nintendo-Wii-hemel. Totaal.

Ik fouilleerde mezelf alvast. Hoeveel kleingeld had ik nog? Accepteerde het ding ook papiergeld? Pin? Checks? Als Dit Maar Goed Ging!

Mezelf berustend in het feit dat ons gezin waarschijnlijk bankroet van de kermis zou komen, besloot ik Man tot actie over te laten gaan. Hij bediende de grijper. Ik navigeerde.
Voor zover ik kon kijken tussen mijn vingers dan.

Tot mijn stomme verbazing had mijn echtgenoot de knuffel binnen twee euro te pakken. En, hoppa, nog één voor Dochtertje erbij. ik durfde mijn hand inmiddels weer voor mijn gezicht vandaan te halen.

Maandagochtend nummer 12 (daar is hij dan) bleek niet Manic zoals meestal, maar Sonic. Onder het eigenlijk nog te grote dekbed trof ik een slapend jongetje aan met Sonic in zijn hand geklemd. Gelukkige smile op zijn smoel. Ik smolt ter plekke.

En verder verliep de maandag uitstekend vraagt u? Jazeker!

Behalve dan misschien dat Zoontje de rest van de dag meer met Sonic dan met mij gepraat heeft, hoort u mij niet klagen. En, o ja, van mij had Sonic ook niet aan hoeven schuiven aan tafel. En voor de tv. En aan de mens-erger-je-niet. En mee gehoeven op de fiets.

Tja. Werd het toch nog een beetje manic, deze maandag. Sonic-manic. OK, vooruit dan… ‘smanic’.

Maandag Nr. 11

Zaterdagavond, gezelligheid ten top.

Even heerlijk uitleven op muziek van alweer een paar jaartjes geleden. Niet klassiek, wel classic en ook nog een night. Er is gestraald, gelachen – kortom, gezellig gefeest. We dansten de nacht naar de ochtend. Probleemloos. Ik ben heus nog jong.

Veel gesprekken zijn er niet gevoerd, aangezien de muziek echt kei-en-keihard stond. Nooit eerder John Travolta, Olivia Newton-John, Cindy Lauper, Meat Loaf en classic-kornuiten zo uitbundig uit de boxen horen loeien. De vingers die velen van de aanwezigen daarom regelmatig in hun oren staken, waren ook niet bevorderlijk voor conversatie, eerlijk-is-eerlijk.

Het mocht de pret niet drukken.

Vanochtend vanwege de storm Zoontje toch maar met de auto naar school gebracht. Het volume van de autoradio stellen bleek een precisiewerkje.. niet al te zacht (ik kon immers niet zo goed horen door dat gepiep en gesuis in mijn oren), maar ook zeker niet te hard (auw!!). Op ongeveer een kwart van het normale volume liet ik hem staan. Ja, zo ging het nét. Easy does it.

Rustig reden we samen naar school, de wind blies ons niet van de weg, de motor van de auto bromde niet te hard, de autoradio deed zijn ding. Zachtjes. Heerlijk. Rustig.

De kinderen, ook last van de maandagochtend, zaten stilletjes op de achterbank.

Dit ging goed!

Ik reed de laatste bocht door, ging behoedzaam de laatste meters richting school en remde de auto rustig af. Ik was heerlijk op tijd vanwege de eventuele problemen die ik tegen kon komen door de razende wind buiten (zie mij anticiperen!). Het plein was nog zo goed als leeg, de straat nog aardig stil. Ik had het gehaald! Stil en Rustig!

Mijn linkeroor plopte open. Eindelijk.

‘WE ZIJN ER!!’ Riepen de kids enthousiast vanaf de achterbank in koor.

… En weer dicht.