Soepel

Vol ongeloof kijk ik naar de pose waarin onze yoga-docent zich gevouwen heeft. Been achterlangs hier, andere been eerst nog over dat been heen en dan moet je ene arm naar achteren terwijl het andere omhoog steekt. Oja, vergeet niet naar je ribben toe te ademen.
OK, ik kan dit.

De werkweek is achter de rug. De stress mag mijn lichaam verlaten. En een beetje rap graag.
Nu zou heel goed uitkomen.

Het was een hele flinke, maar best wel soepele week, hou ik mezelf voor.
Ik heb vergaderd, nagekeken, van hot-naar-her gerend, leerlingen aangespoord. Soms succesvol. Heus.
Onze kinderen thuis zijn naar school en sport gebracht. Ik heb buitenspelen gemotiveerd (‘Laat lós, die Xbox!’) en zelfs pannenkoeken gebakken. Flexibiliteit stond voorop in ons gezin deze week. Het leven moet geleefd worden, mensen. We gaan wat dóen!

Man en ik doen vrijdagavond, heel soepel natuurlijk, een high five.
Zie ons even een potje flexibel zijn. We hebben het maar weer mooi gefixt. Goed man.

Het weekend brengen we natuurlijk ook in dezelfde flow door.
‘Als ik nu dat cadeautje koop en de boodschappen doe, vouw jij de was en breng jij de kinderen naar mijn ouders. Dan zijn we zo laat daar-en-daar en dan haal ik ze weer op. We eten onderweg de zelfgemaakte, gezonde lunch die we voorbereid hebben en dan kun jij ook nog naar tennis.
Had jij de tandarts nog verzet?’
Ja, ja. Flexibel. Geen uitbarstingen, niks. Er heeft hooguit iemand een keer tot tien moeten tellen en dat telt dan weer niet mee, hè!

Maandagochtend.
Bekaf sleep ik mijn rolkoffer achter me aan door die lange gang langs de lokalen. Één wieltje zit al sinds vorige week vast en sleurt een beetje zielig mee. De thermo-mok met inmiddels afgebroken handvat knijp ik nog net niet stuk in de andere hand. De spierpijn van de yoga trekt inmiddels van mijn rug mijn nek in. Bijna struikel ik bij de klapdeuren als ik mijn rolkoffer er mopperend door probeer te hannesen.
Als ik opkijk, zie ik dat half Havo 4 me stralend aankijkt.

‘Soepel hoor, mevrouw!’