Wapperteef

Net wakker, bijna weer maandag.
In de spiegel keek mijn reflectie terug.
Gezicht bleek, mijn haar had een off-day.

Tuurlijk.
Niet uit het veld geslagen hanteerde ik elastieken, borstels, speldjes en zelfs de krultang.
Dit moest en zou een goede haardag worden.
Kom óp, zeg!
Dit had ik onder controle.
De krultang hing ik na een half uur werk voldaan weer op.
Krullen? Check.

Beneden aan de trap stond Hond.
Blij hijgend keek ze me aan. Haar haar keurig in het Schotse collie-kapsel.
Moeiteloos.

Uit dan maar.

Buiten was het waaien geblazen.
De buurman had nog net niet zijn golden retriever als vlieger opgelaten toen ik met ons harige model langs kwam lopen.
‘Het waait stevig, hè!’
Yep. Het waaide stevig.
Ik trok de riem nog eens aan om te voorkomen dat onze geliefde haarbol wegblies.

Mijn haar zat in een knot. Veilig voor het waaiende geweld,
de pijpekrullen beschermend.
Met weer als dit, neem je natuurlijk geen risico.
Dit ging lukken!
Hond, daarentegen, herkende ik nauwelijks met al dat wapperende haar.
Werkelijk, het wachten was tot ze opsteeg.
Mach 1. Minimaal.
Sneu vond ik het wel. Die zag er immers niet uit straks.
Gossie.
Niks zo sneu als natte hond.

Eenmaal thuis keek ik in de spiegel.
Weg kapsel. Nat, uitgezakt en ronduit blèh.
Hond schudde zich maar liefst drie seconden uit en keek me blij aan.
Wat een e-ner-ve-ren-de wandeling was dat, knipoogde ze me blij toe.
En toen zag ik het.
Háár kapsel was perfect. Per-fect.

De Teef.